Draverfokkerij
De voor de drafsport gebruikte paarden zijn speciaal voor dit doel gefokt
en hiermee is men al in de negentiende eeuw begonnen. Het stamboek is
gesloten en er komt, in het algemeen gesproken, geen vreemd bloed meer bij.
Dat zou ook niet verstandig zijn, want door strenge selectie is een
paardenras ontstaan dat de snelle draf als natuurlijke gang heeft
ontwikkeld. Elk ander paard gaat bij hogere snelheid over in galop. Dravers
kunnen in draf een maximale snelheid behalen van ruim 50 km/h en de besten
houden dit over 2000 m vol!
Draverrassen:
Er zijn vier draverrassen
- de Amerikaanse draver
- de Franse draver
- de Russische Orloff draver
- de Scandinavische Koudbloed draver
In de USA wordt alleen met Amerikaanse dravers gefokt en is het koersbestel
voor een belangrijk deel ingericht op koersen over 1609 m voor twee- en
driejarige paarden. Men fokt op snelheid en vroegrijpheid.
In Europa koerst men veelal over de "midden-afstand" (2000 - 2500 m), soms
korter (1609 m), soms langer (tot 4500 m). En met paarden die bij voorkeur
langer meegaan en op tweejarige leeftijd niet zo hard worden aangepakt als
in de USA.
De Franse draver is gemiddeld groter dan de Amerikaan, heeft meer kracht en
uithoudingsvermogen, maar minder snelheid en vroegrijpheid. Is ook gefokt
voor zgn. monté-koersen, dat zijn draverijen onder de man, dus niet voor
een sulky. Daar heb je een ander type paard voor nodig.
In Frankrijk heeft men het stamboek meestal gesloten en af en toe op een
klein kiertje gehad. Bij dat kiertje mochten goede merries door Amerikaanse
hengsten worden gedekt en de producten uit die kruisingen hebben zo'n grote
invloed gehad dat men zeker niet meer van een apart ras kan spreken, wat de
Fransen wel graag doen.
In andere Europese landen ligt de nadruk op de Amerikaanse fokrichting,
maar wordt ook graag een scheut Frans bloed gebruikt voor maat en
uithoudingsvermogen.
Orloff-dravers vindt men alleen in Rusland, waar men ook een lange historie
met harddravers heeft. Hij is niet zo snel en wordt daarom ook gekruist met
de Amerikaanse harddraver.
De Scandinavische Koudbloed draver wordt vooral in Noorwegen en Zweden
gebruikt. Het is een iets kleiner en zwaarder paard dan de normale
harddraver en gaat ook niet zo snel, maar is wel populair in zijn thuisland.
In Nederland wordt alleen met Amerikaanse en Frans-Amerikaanse dravers gefokt.
© Copyright Fokkersvereniging 2005