Het trainen van jonge paarden

Artikel gepubliceerd in het weekblad Draf&Rensport nr. 8 van 22-02-2024,
met toestemming overgenomen, waarvoor dank.
Met daaronder reacties van Astrid Bos en Hans Huiberts.


Titel: 'Jonge paarden trainen en starten'

In de Verenigde Staten is de laatste tijd veel discussie over het koersen met jonge paarden.
Diverse fatale ongelukken met volbloeds hebben plaatsgevonden.
Vandaar dat een discussie is opgestartom te stoppen met het koersen met tweejarigen.
Dat is niet echt een goed idee.

Dierenartsen en wetenschappers leren nog steeds over de oorzaken van ernstige blessures en tot nu toe lijkt het erop dat er een aantal risicofactoren een rol kan spelen bij een bepaalde blessure. Een theorie die veel mensen in de loop der jaren naar voren hebben gebracht is dat het koersen met tweejarige paarden de directe oorzaak zou zijn van vroegtijdig verloren gaan voor de sport of dat het de paarden vatbaar maakt voor ernstig letsel op latere leeftijd. Veel van dergelijke hypothesen stellen het trainen en racen van een tweejarige gelijk aan het meedoen aan de Olympische Spelen van een kind in de basisschoolleeftijd. A1 meer dan twintig jaar hoort de sport oproepen om een einde te maken aan het racen voor tweejarigen. Deze oproepen zijn onlangs hernieuwd omdat de voorstanders hiervan de stopzetting van koersen voor 2-jarigen als een goed moment beschouwen om de structuur opnieuw te evalueren en aan te passen en het welzijn van de paarden te verbeteren.

Het probleem is volgens Dr. Larry Bramlage, top orthopedisch chirurg van Rood en Riddle Equine Hospital, Lexington Kentucky, (https://roodandriddle.com/dr-larry-bramlage/) dat het stopzetten van de race - en training van tweejarigen geen netto winst oplevert voor het welzijn van het paard of invloed op het aantal blessures - het zou eerder een verlies betekenen. Hij is een van de meest vooraanstaande chirurgen/orthopeden ter wereld, dus de moeite waard om naar hem te luisteren.

(Re)modelleren
Om te begrijpen waarom, is een diepe duik nodig in het proces van botontwikkeling en skeletgroei. "Ten eerste," zegt Bramlage, groeien paarden veel, veel sneller dan mensen. Uit een onderzoek uit de jaren zeventig bleek dat lichte paardenrassen 84% van hun volwassen hoogte bereiken tegen de tijd dat ze zes maanden oud zijn, en 94% van hun volwassen hoogte als ze twaalf maanden oud zijn - ongeveer 3 procent van hun levensverwachting. Dit kan zijn omdat ze evolueerden als dieren waarop gejaagd werd en, net als andere baby- prooidieren in het wild, zo snel mogelijk de maximale hoogte en paslengte moesten bereiken om beter aan een roofdier te kunnen ontsnappen. Mensen bereiken daarentegen tussen hun 16e en 18e jaar bijna de volwassen lengte - ongeveer 23% van hun levensverwachting."

Lange botten, het type bot dat in de benen van paarden wordt aangetroffen, groeien en veranderen op een aantal verschillende manieren. Een manier is door te verlengen op de plaats van de groeischijven, die zich aan beide uiteinden van het bot bevinden. Misschien heb je wel eens grafieken gezien die de tijdsbestekken tonen voor het `sluiten' van de groeischijven - dat wil zeggen de leeftijd waarop die groeischijven stoppen met het actief toevoegen van nieuwe cellen om de lengte van het bot te verlengen. De groeischijven sluiten vanaf de grond, dus de groeischijven van de kogels sluiten eerder dan die van de voorknieen en spronggewrichten enz. Bramlage zegt dat de groeischijven in de onderbenen (voorknieën en daaronder) gesloten zijn als ze ongeveer twee jaar oud zijn.
"Er zijn enkele groeischijven, bijvoorbeeld van de schoft, waarvan het sluiten wel 10 jaar kan duren, maar die zijn niet echt van belang als we het over blessures hebben." zegt hij. "Botten ondergaan ook modellering, wat betekent dat ze in breedte en vorm veranderen dankzij het werk van cellen die bot afbreken en opbouwen. Modellering wordt gestuurd door genetica. Wanneer een dier jong is, zijn de meeste cellulaire hulpbronnen van bet bot gericht op groei, maar de cellen die zich richten op de modelleringsprocessen raken verouderd naarmate het dier geslachtsrijp wordt. Paarden worden ergens tussen 9 en 15 maanden geslachtsrijp. Het hele botvormingsproces, met de cellen en de bloedtoevoer, neemt af naarmate de groei afneemt. Voor een paard dat extra skeletsterkte nodig heeft, zoals een renpaard of draver, verandert het modelleringsproces van de groei naar het remodellerings-proces als reactie op belasting. Het remodelleringsproces voor een individueel paard zal beter zijn als meer van die bloedtoevoer en celpopulatie de overstap maakt van modelleren naar remodelleren."

"Het ondersteuningssysteem voor de groei van het paard is enorm." aldus Bramlage. "Het ondersteuningssysteem voor botgroei is de bloedtoevoer en celpopulaties. Je hebt de osteoblasten nodig, de cellen die bot vormen, en je moet de bloedtoevoer hebben om ze te ondersteunen. Als je een jong paard niet traint, laat je die celpopulaties en die bloedtoevoer afnemen; als je begint met trainen, moet je dat opnieuw opbouwen. Een paard kan dat doen, maar het is een veel langer proces om dat systeem opnieuw te creëren dan wanneer je profiteert van het feit dat het er al is en zijn eerste taak al heeft afgerond.
Modellering brengt een bot tot zijn genetisch volwassen grootte en vorm, maar het maakt het niet noodzakelijkerwijs compact genoeg of sterk genoeg om atletische activiteit te weerstaan. Om een bot sterker en dichter te maken, moet het remodelleren.

Remodelleren gebeurt op twee manieren: Ten eerste, wanneer het bot microblessures oploopt door de stress van de training en zichzelf vervolgens herstelt, wordt het bot sterker. Ten tweede, als het bot merkt dat zijn grootte en vorm onvoldoende zijn om de trainingsbelasting die het ervaart aan te kunnen dan past de vorm zich aan. In eerste instantie verwijderen cellen die osteoclasten worden genoemd, beschadigd bestaand bot en vervangen osteoblasten het door nieuw bot; in tweede instantie voegen de osteoblasten bot toe op specifieke locaties om de vorm van het bot te verbeteren op basis van de belasting die het ondervindt.

"Het bot verandert afhankelijk van de belasting die het heeft ondergaan." zegt Bramlage. "Je moet bot produceren dat hard genoeg is om de belasting te weerstaan en bot met de beste geometrische vorm om deze te weerstaan. Het pijpbeen van het paard is het beste voorbeeld van waar deze processen plaatsvinden tijdens de training. Belasting en `overherstel' (supercompensatie) is `training' bij alle diersoorten."

Wat betekent dat allemaal voor tweejarige paarden?
Bramlage zegt dat dit betekent dat door een paard in de weide te zetten tot zijn derde verjaardag en dan te beginnen met koerstraining, het skelet een jaar lang zal worden aangepast aan de weidegang, maar niet aan training of koersen. Het botmodelleringssysteem za1 grotendeels verdwijnen. Het paard begint dan met training en zal de vasculaire toevoer (bloedvaten) en celpopulatie die aan remodellering is gewijd, opnieuw moeten creëren. Daarentegen kan het paard dat op tweejarige leeftijd trainde, voor remodellering gebruik maken van het vaatstelsel en de cellen die al aanwezig waren voor de groei. Dit kan gecompliceerd worden door het feit dat het hart en de longen, die vaak gebruikte indicatoren zijn voor de conditie van een paard, niet op precies dezelfde manier reageren op training als botten. Paarden hebben zo'n relatief groot hart en longen dat ze sneller op training reageren dan het skelet. Vooral wanneer een paard, dat relatief weinig beweging heeft gehad, begint met trainen. Bramlage gelooft dat het paard dat een jaar lang in de weide heeft gestaan en op driejarige leeftijd begint met trainen, een groter risico loopt op botblessures in de toekomst, omdat zijn skelet mogelijk minder goed in staat is het tempo bij te houden. Dankzij hart- en longconditionering kan het lijken alsof het paard dat in het weiland gelopen heeft, net zo snel (of zelfs beter) fit wordt dan zijn stalgenoot die op zijn tweede trainde, wat een trainer voor de gek zou kunnen houden om zijn trainingsintensiteit te snel te verhogen voor het skelet. De gegevens bevestigen dit. Jaar na jaar heeft de Equine Injury Database aangetoond dat 2-jarige starters een aanmerkelijk lagere uitval hadden dan 3- en 4-jarigen. Uit voorlopige gegevens die in 2020 werden vrijgegeven, bleek dat oudere paarden, die als tweejarige hadden gekoerst, een kleiner risico hadden op blessures die hun carrière zouden beeindigen dan degenen die dat niet hadden gedaan.

In 2008 analyseerde Bramlage gegevens van de Jockey Club Information Systems voor starters tussen 1975 en 2000 en ontdekte dat paarden die als 2-jarigen koersten een langere carrière hadden dan paarden die pas begonnen met koersen toen ze ouder waren. De gemiddelde levenswinsom voor degenen die als 2-jarigen begonnen waren, waren bijna het dubbele van die van degenen die dat niet hadden gedaan en de gemiddelde verdiensten per start en het percentage stakes winnaars waren ook hoger voor degenen die als tweejarigen actief waren. "Deze gegevens zijn onomstreden." vertelde Bramlage dat jaar aan de Jockey Club Round Table. "Het laat zien dat paarden die a1s tweejarige begonnen met racen veel succesvoller zijn, een veel langere carrière hebben en, door extrapolatie, minder vatbaar zijn voor blessures dan paarden die pas op driejarige leeftijd begonnen met racen. Uit alle datasets blijkt absoluut dat het trainen en racen van 2-jarige volbloeds en dravers geen nadelig effect heeft op de levensduur of kwaliteit van de racecarrière van de paarden. Uit de gegevens blijkt zelfs dat het vermogen om als tweejarige minstens een keer te starten een zeer sterk positief effect heeft op de levensduur en het succes van een renpaard."
Maar, zegt hij, er is een kanttekening: paarden zijn individuen. "Je kunt niet van alle paarden verwachten dat ze op twee- of driejarige leeftijd op precies dezelfde manier reageren op training. Een paard dwingen dat nog niet klaar is om als tweejarige te starten is ook niet goed. Daarom moet een trainer ongelooflijk oplettend zijn."
"Mensen hebben mij gevraagd: `Wat is volgens jou een goede trainer?' zei hij. "Ik denk dat er een ding is dat trainers onderscheidt en dat is het vermogen om te zien wanneer een paard gelukkig is, omdat paarden die goed trainen en zich goed aanpassen, graag trainen. De goede trainers kunnen naar het paard kijken en ze trainen tot aan de rand van wat het lichaam aankan, maar merken wel op wanneer ze achterop raken en vertragen of stoppen. Paarden hebben, net als mensen, veel individualiteit in hoe snel ze hun maximale atletische vermogen bereiken. Alle paarden ervaren een snelle groei met relatief vergelijkbare snelheden, maar niet op alle onderdelen (botten, zacht weefsel, mentale, cardiovasculaire volwassenheid) op precies hetzelfde moment in hun leven. Een trainer moet weten met wat voor soort individu hij te maken heeft, en hij moet opmerken wanneer het paard zich niet snel genoeg aan zijn trainingsbelasting aanpast."

"Toen je naar school ging, was er waarschijnlijk een jongen in je klas die zich in de vijfde klas aan het scheren was." zei Bramlage. "Die man is vroeg volwassen geworden en zal al vroeg de beste atleet worden, misschien in de eerste paar jaar van de middelbare school. Maar voor het grootste deel worden ze gepasseerd door degenen die iets later rijpen, maar tevens wat verder rijpen: Dit speelt ook een rol bij de training voor de verkoop van 2-jarigen." Bramlage zegt dat er bijzonder vroegrijpe paarden zijn die al hun lichaamsonderdelen op het juiste moment in elkaar zetten om zich veilig voor te bereiden op een carrière als 2-jarige in training. Sommigen niet. De truc is om te weten, of snel te beoordelen, of het individu het tempo van de training aankan. Een van de moeilijkste dingen bij het voorkomen van blessures is dat dierenartsen geen vaste regels hebben om te weten hoe lang een stress-herstelcyclus voor botten duurt na een zware training of een race. Dit maakt het moeilijker om de balans te vinden tussen het voldoende uitdagen van het skelet om de botsterkte te verbeteren, en het de tijd geven om zich aan te passen voordat het opnieuw wordt uitgedaagd."

Boven: Het verschil tussen mens en paard, in de groei naar volwassenheid.

Hoe zit het met het trainen van paarden als tweejarige en wachten met koersen tot ze drie jaar zijn? Of blessures voorkomen door te focussen op lang en langzaam werken en snelheid te vermijden?
De wetenschap ondersteunt geen van beide. "Eentonig trainen is niet goed voor de botten." aldus Bramlage. "Het idee dat we ze heel veel kilometers laten maken en op die manier de botten sterker worden, werkt niet. Bot traint door het niveau van de training, niet door de hoeveelheid. Hart, longen en spieren, verbeteren veel door de hoeveelheid beweging, maar botten verbeteren door het niveau ervan. Het bot van een paard wordt sterker op het niveau van zijn snelste 200 meter. Maar als hij tijdens zijn trainingsrit 2.000 meter aflegt, zijn de overige 1.800 meter feitelijk slijtage van het bot. Als je deze slijtage keer op keer voortzet, kan het skelet het niet bijhouden. Dus door veel eentonige oefeningen op een paard te doen, krijg je geen sterker skelet. Door op een geleidelijk stijgend niveau te trainen zonder te overdrijven, krijg je wel een sterker paard."

Uiteindelijk hebben de vragen rond koersen en trainen voor tweejarigen geen eenvoudige, zwart-wit antwoorden. Zoals het nu is, wijst Bramlage erop dat er geen wetenschappelijk getoetste onderzoeken zijn die hebben aangetoond dat het trainen en koersen van 2-jarigen het risico op blessures verhoogt. Net als zoveel andere aspecten van training en management is het nemen van de juiste beslissing een kunst, die door de wetenschap moet worden ondersteund.

Bron: The Paulick Report https://roodandriddle.com/dr-larry-bramlage


Reactie drs. Astrid Bos, verbonden aan Paardenkliniek Emmeloord, gespecialiseerd
in orthopedie, diagnostische beeldvorming & nek- en rugklachten.
Al vele jaren verbonden aan Flevofarm.


"De discussie over het koersen met tweejarigen is uiteraard niet alleen in de Verenigde Staten maar ook bij ons actueel. Ook in de welzijnscommissie van de SNDR is dit uitgebreid aan de orde geweest. Vanuit dierenwelzijnsorganisaties maar ook vanuit de hippische sector zelf komen vaak geluiden dat paarden in de drafsport te jong belast worden. Men is geneigd om paarden te vergelijken met mensen. Het verschil tussen een veulen dat enkele uren na de geboorte al kan lopen en een baby die hier een jaar over doet geeft al aan dat dit niet vergelijkbaar is. Dr. Bramlage beschrijft mooi hoe dit in elkaar zit.

Ook voor de advisering vanuit de welzijnscommissie over koersen met tweejarigen hebben we de wetenschap erop nageslagen. We kwamen tot dezelfde conclusie als Bramlage: meerdere onderzoeken wijzen uit dat de trainingsbelasting op jonge leeftijd juist een positief effect heeft op de ontwikkeling van het bewegingsapparaat van de paarden.
Als koersen met tweejarigen zouden stoppen, dan is de kans groot dat men paarden later in training gaat brengen. De kans op blessures op latere leeftijd zou dan juist gaan toenemen. Uiteraard kunnen niet alle paarden als tweejarige koersen. Een trainer moet goed observeren en opmerken wanneer een paard de training niet aankan en de belasting hierop aanpassen. Het trainen van paarden is maatwerk, het doseren van de belasting is de kunst."

(einde artikel uit Draf&Renpsort)

foto's bij het artikel

Boven: Mister F Daag won als 2-jarige en beëindigde als 9-jarige zijn loopbaan.
(foto Kanaal75)

(Hij kwalificeerde zich als 2-jarige op 3 september (in 1.15,0) en startte
voor het eerst 3 weken later op 24 september.)

Boven: Bold Eagle is een voorbeeld van een Franse draver,
die als 2-jarige won en daarna de top haalde.
(foto LeTrot)

(Hij had precies hetzelfde begin als Mister F Daag, in september,
maar dit zijn eigenlijk de verkeerde voorbeelden.
Zij waren extreem goed getalenteerd.)

Boven: Six Pack (USA) was er heel vroeg bij en ging als 4-jarige Wereldkampioen
de fokkerij in.
(op deze foto komt hij uitgeput binnen.)


Koersen met 2-jarigen?

Latere reactie van Hans Huiberts,
niet als voorzitter Fokkersvereniging, maar als privé-persoon
met een overtuiging (ingezonden brief in D&R nr.14 - 2024)

Een maand geleden stond in dit blad een artikel met de titel 'Jonge paarden trainen en starten'. Er wordt een Amerikaanse wetenschapper geciteerd, die het Noord-Amerikaanse koerssysteem verdedigt. Daar is mijns inziens wel wat op af  te dingen.

In het artikel wordt geen onderscheid gemaakt tussen training en koersen. Alsof dat hetzelfde is. Het trainen van jonge paarden is heel goed, want dan kun je als trainer het werk doseren en op tijd stoppen. Kort en intensief is beter dan lang in een sukkeldraf. Tot zover klopt het Amerikaanse verhaal. Maar koersen is heel wat anders. Dan moet de pikeur doorgaan tot het gaatje, om zo hoog mogelijk te eindigen. De winnaars hebben er misschien weinig last van, maar de verliezers wel, want het leidt tot een verkeerde belasting. Bovendien gaat het in de 2-jarigen koersen veel te snel en ook nog verplicht met hoefijzers onder. Dat is niet goed voor een paard in de groei, vind ik.

In Noord-Amerika is alles gericht op "groot geld" in Stakes-koersen voor 2- en 3-jarigen. Uit puur zakelijk oogpunt is dat begrijpelijk, want bij vroege inschrijfrondes denkt iedereen nog een kans te hebben, waardoor de potten groot worden. Dus liefst zo vroeg mogelijk met koersen beginnen en het prijzengeld verdelen. Daarna weer nieuwe rondes met nieuwe kansen en nieuwe jaarlingen kopen. Goed voor de trainers en op geld beluste eigenaren. En daarbij zijn er alleen maar sprintkoersen over 1.609 meter, met hoge snelheden aan het begin en het einde. Een heel slecht systeem, met weinig selectie op hardheid en gezondheid, want de beste paarden stoppen met koersen lang voordat ze 4 jaar zijn geworden en gaan dan de fokkerij in. Hun carrière heeft hooguit anderhalf jaar geduurd, soms maar een paar maanden.

In Europa gaat dat gelukkig heel anders. Hier zijn de carrières veel langer en is er voor oudere paarden veel geld te verdienen. Vergeet hierbij niet dat vooral de oudere paarden het grote publiek aanspreken en daarmee de sport promoten. Ook fokkers en eigenaren, die een goed paard hebben, willen daarvan lang genieten. Alleen in Nederland en Italië is de Derby voor 3-jarigen. In de andere landen voor 4-jarigen en meestal over 2.600 meter. Vroeg starten als 2-jarige is totaal niet nodig en misschien belemmert het zelfs de groei. Vaak worden de goede voorbeelden van vroege starters gegeven, zoals de bij het artikel geplaatste (bovenstaande) foto's, maar de slechte voorbeelden krijgen we niet tezien. Wat te denken van 2-jarige fenomenen als Tetrick Wania en Cindy Truppo, die als 3-jarige het volledige seizoen misten door blessures? En ik ken nog veel meer voorbeelden.

Niemand heeft het over het tijdstip van debuteren als 2-jarige, maar het maakt nogal verschil of dat in mei gebeurt of in november. Vroeger werd in ons land begonnen met een hoog gedoteerde Stakes-koers in juni/juli en toen lieten sommige trainers hun paarden al in mei kwalificeren. Dan moeten ze al in het vroege voorjaar of zelfs de winter begonnen zijn met voluit trainen, terwijl de paarden nog in de groei waren. Dat is enkele jaren geleden door de Stg. NDR veranderd. De koersen voor tweejarigen zijn nu geconcentreerd in het laatste kwartaal van het jaar, waardoor de prikkel om extreem vroeg te beginnen is weggevallen. Een goede zaak. In Frankrijk worden veel tweejarigen opgetraind naar een kwalificatie en gaan daarna enige tijd op rust. In Zweden worden hoge premies gegeven wanneer een 2-jarige in een langzame tijd kwalificeert en verder in dat jaar niet meer aan de start komt. Ook niet verkeerd.

Het ideale systeem is mij betreft: een jonge draver beleren als jaarling in de herfst. Geleidelijk optrainen en een basis geven. Als 2-jarige in mei-juni enkele (4 tot 8) weken het weiland in om te groeien en daarna verder optrainen naar de koerscarrière. Indien het paard daarvoor geschikt is kwalificeren in het laatste kwartaal van het jaar als 2-jarige en anders in het voorjaar als 3-jarige. Gelukkig is de eigenaar degene die beslist.

voorbeelden bij het ingezonden stuk

Boven: De 2-jarige Tetrick Wania liep als 2-jarige 4 koersen en won ze allemaal
met overmacht, 3x in Finland. Na zijn 3e zege werd hij voor veel geld verkocht aan
de Duitse Frau Karin Walter-Mommert. Hierna won hij zijn 4e koers, de Zweedse
Uppfödningslöpning 2021, met een 1e prijs van bijna 100.000 Euro.
Totaal won hij in dat jaar ca. 213.000 Euro, bij een record van 1.12,8.
Zijn 1e koers liep hij in oktober 2020. Niet heel vroeg dus.
Het megatalent kwam als 3-jarige slechts eenmaal aan de start en
werd 2e in 1.14,8. Het voortijdig einde van een sprookje.
(foto Kanal75)

Boven: De Italiaanse merrie Cindy Truppo was als 2-jarige fenomenaal. Ze won 4x uit 4 koersen,
te weten 3x in Duitsland en de 4e keer in Italië, met een 1e prijs van 92.000 Euro.
Haar 1e koers liep ze in september 2020. Ze won in dat jaar totaal 110.000 Euro, bij een
record van 1.13,3 en werd in Duitsland uitgeroepen tot Paard van het Jaar 2020.
Als 3-jarige kwam ze niet meer tot dat niveau en startte ze slechts eenmaal
waarbij ze won 1.14,9.


© Copyright Fokkersvereniging